Visual Field Test Logo

Corticale Plasticiteit en Perceptuele Leertraining: Kan het Brein Oogzenuwschade Compenseren?

11 min leestijd
Corticale Plasticiteit en Perceptuele Leertraining: Kan het Brein Oogzenuwschade Compenseren?

Introductie

Glaucoom en andere oogzenuwziekten vernietigen geleidelijk de zenuwcellen van het oog, wat leidt tot gezichtsveldverlies. Hoewel patiënten vaak langzaam groeiende blinde vlekken niet opmerken, vragen onderzoekers zich af of het brein zich kan aanpassen en resterend zicht kan benutten. Met andere woorden, kunnen corticale plasticiteit (het vermogen van het brein om zichzelf te reorganiseren) en perceptuele leertraining helpen compenseren na schade aan de oogzenuw? Deze vraag wordt actief onderzocht. Hersenbeeldvorming toont aan dat glaucoom niet alleen retinale ganglioncellen vernietigt, maar ook leidt tot veranderingen langs de visuele pathway (pmc.ncbi.nlm.nih.gov) (pmc.ncbi.nlm.nih.gov). Onderzoekers hebben ontdekt dat naarmate glaucomateuze schade verergert, de activiteit in de visuele cortex (het hersengebied voor zicht) afneemt in de corresponderende gezichtsveldregio's (pmc.ncbi.nlm.nih.gov). Toch blijft de algehele kaart van het zicht in het brein vaak intact (pmc.ncbi.nlm.nih.gov).

Interessant is dat veel glaucoompatiënten zich weinig bewust zijn van hun blinde vlekken. Dit perceptuele invullen – waarbij het brein ontbrekende perifere informatie 'invult' – wordt verondersteld neurale compensatie te weerspiegelen. Een hersenbeeldvormingsstudie merkte bijvoorbeeld op dat glaucoompatiënten (zelfs met ernstig gezichtsveldverlies) hun zichtverlies niet snel voelden omdat hun hersenen de defecte gebieden effectief maskeerden of 'opvulden' (pmc.ncbi.nlm.nih.gov). Deze bevindingen suggereren dat de volwassen visuele cortex enige plasticiteit behoudt, zelfs na langdurige oogziekte (pmc.ncbi.nlm.nih.gov) (pmc.ncbi.nlm.nih.gov).

Corticale Reorganisatie bij Glaucoom

Glaucoom vernietigt retinale ganglioncellen en hun axonen in de oogzenuw. Autopsie- en dierstudies tonen aan dat glaucoom ook 'stroomopwaartse' schade veroorzaakt: verdunning van de laterale geniculate nucleus (een relais in het brein) en zelfs neuronverlies in de primaire visuele cortex (V1) (pmc.ncbi.nlm.nih.gov) (pmc.ncbi.nlm.nih.gov). In vivo fMRI-studies van menselijk glaucoom ondersteunen dit: de sterkte van de V1-activiteit correleert met verlies van gezichtsveldgevoeligheid (pmc.ncbi.nlm.nih.gov). Een belangrijke studie toonde aan dat gebieden van V1 die overeenkwamen met blinde delen van het gezichtsveld, lagere bloed-zuurstofsignalen hadden, wat nauw overeenkwam met het verlies van gevoeligheid van het oog (pmc.ncbi.nlm.nih.gov). Kortom, de schade aan de ogen wordt weerspiegeld in zwakkere corticale reacties waar zenuwinput ontbreekt.

Aan de andere kant ziet de indeling van de visuele cortex bij glaucoom er vaak grotendeels normaal uit. Een recente fMRI-studie wees uit dat de grootschalige retinotopische organisatie (welk deel van het brein overeenkomt met welk deel van het zicht) grotendeels behouden bleef bij glaucoompatiënten (pmc.ncbi.nlm.nih.gov). Zelfs met perifeer gezichtsveldverlies bleef de globale kaart van centraal naar ver verwijderd zicht in de juiste volgorde (pmc.ncbi.nlm.nih.gov). Wat wel veranderde, waren kleine lokale eigenschappen: receptieve velden in vroege visuele gebieden hadden de neiging te verschuiven en soms te vergroten richting de intacte gebieden (pmc.ncbi.nlm.nih.gov) (pmc.ncbi.nlm.nih.gov). Met andere woorden, neuronen grenzend aan een scotoom (blinde vlek) begonnen soms te reageren op nabijgelegen ziende gebieden. Deze subtiele verschuivingen suggereren een gelokaliseerde plasticiteit in de volwassen visuele cortex (pmc.ncbi.nlm.nih.gov). Belangrijk is dat de mate van deze pRF (population receptive field) veranderingen correleerde met de ernst van de ziekte (pmc.ncbi.nlm.nih.gov), wat impliceert dat meer gevorderd glaucoom meer corticale aanpassing teweegbrengt.

Samenvattend tonen beeldvormingsstudies van glaucoom aan dat het visuele brein wel verandert wanneer de ogen beschadigd zijn: corticale activiteit daalt in verloren gezichtsveldgebieden, en er vindt lichte herstructurering plaats nabij scotomen (pmc.ncbi.nlm.nih.gov) (pmc.ncbi.nlm.nih.gov). Deze reorganisatie kan helpen verklaren waarom veel patiënten zich niet bewust zijn van vroegtijdig gezichtsveldverlies – het brein 'vult' informatie aan en maskeert het defect (pmc.ncbi.nlm.nih.gov). De veranderingen zijn echter beperkt. De meeste studies concluderen dat volwassen V1 zijn kaart niet drastisch herschrijft: de grove organisatie blijft behouden en neuronen herstellen verloren input niet plotseling.

Perceptuele Leertraining en Zichttraining

Perceptuele leertraining verwijst naar systematische oefening op visuele taken die de perceptuele vaardigheden kunnen verbeteren. In de geneeskunde worden gespecialiseerde zichttrainingsprogramma's ontwikkeld om patiënten met gezichtsvelddefecten (door glaucoom, beroerte of maculadegeneratie) te helpen het maximale uit hun resterende zicht te halen. Deze programma's maken vaak gebruik van computer- of virtual reality-oefeningen waarbij patiënten herhaaldelijk patronen discrimineren in of nabij hun blinde gebieden. Het idee is om zwakke signalen te versterken en het brein te hertrainen om ze beter te detecteren.

Verschillende trainingsplatforms zijn getest. Eén commercieel systeem (NovaVision's 'Vision Restoration Therapy') laat gebruikers bijvoorbeeld urenlang visuele oefeningen per dag doen, gericht op de randen van hun blinde gezichtsvelden. Andere benaderingen maken gebruik van contrastpatronen, Gabor-patches of bewegingsstimuli in virtual reality-headsets. Er zijn zelfs biofeedback-apparaten die hersensignalen (zoals VEP's) omzetten in geluiden, zodat patiënten hun hersenreacties in realtime kunnen 'afstemmen' (pmc.ncbi.nlm.nih.gov) (pmc.ncbi.nlm.nih.gov).

Bewijs uit Klinische Studies

Ondanks het enthousiasme hebben strenge studies gemengde resultaten opgeleverd. Vroege enthousiaste rapporten over grote gezichtsveldverbeteringen kregen kritiek. Een prominente recensie merkte op dat pioniers van gecomputeriseerde training dramatische verbeteringen rapporteerden (sommige patiënten wonnen tientallen graden gezichtsveld). Echter, toen onafhankelijke, gecontroleerde tests werden uitgevoerd, verdwenen die winsten (pmc.ncbi.nlm.nih.gov) (pmc.ncbi.nlm.nih.gov). In één analyse toonde perimetrie na training met zorgvuldige fixatie geen significante gezichtsveldverbetering aan, ondanks het subjectieve gevoel van patiënten van beter zicht (pmc.ncbi.nlm.nih.gov). In wezen gebruikten initiële studies vaak dezelfde software voor training en uitkomstmeting, wat de voordelen kan overschatten (pmc.ncbi.nlm.nih.gov). Critici wezen erop dat subtiele oogbewegingen tijdens de training gezichtsveldexpansie konden nabootsen: patiënten leerden kleine saccades naar de blinde zijde te maken, zodat visuele stimuli werden waargenomen, hoewel het scotoom niet echt was gekrompen (pmc.ncbi.nlm.nih.gov).

Recentere gerandomiseerde studies hebben striktere controles toegepast. Een multicenterstudie uit 2021 naar beroerte-geïnduceerde hemianopsie gebruikte 6 maanden thuistraining. Patiënten voerden bewegingsdiscriminatietaken uit in hun gezichtsveld. De behandelde groep zag zeer kleine verbeteringen (~0.6–0.8 dB in gezichtsveldgevoeligheid), die niet significant groter waren dan de veranderingen in de controlegroep (www.sciencedirect.com) (www.sciencedirect.com). Dit suggereert dat routinetraining in het blinde gezichtsveld niet beter presteerde dan controle (training in het ziende gezichtsveld) bij het vergroten van het defect.

Echter, niet alle studies waren negatief. Een nieuwe studie (mei 2025) die gebruik maakte van een gepersonaliseerd virtual reality visueel discriminatie-programma toonde duidelijke voordelen. Beroertepatiënten die de VR-headset 12 weken gebruikten, hadden significant meer gebieden met verbeterde gevoeligheid (met ≥6 dB) vergeleken met controles zonder training (pmc.ncbi.nlm.nih.gov). Volgens standaardperimetrie verbeterden getrainde patiënten met ~0.7–1.2 dB in hun aangedane gezichtsveld, terwijl controles in wezen nul verandering lieten zien (pmc.ncbi.nlm.nih.gov). Deze verbeteringen vertaalden zich in statistisch en klinisch betere gezichtsveldscores. Dit suggereert dat intensieve, op maat gemaakte training inderdaad de visuele gevoeligheid bij chronisch gezichtsveldverlies kan versterken.

Ander werk met audio-VEP biofeedback (hierboven genoemd) vond ook bemoedigende, maar voorlopige resultaten. In een ongecontroleerde pilot verbeterde een korte cursus VEP-gestuurde auditieve feedback de gezichtsscherpte en verdrievoudigde ruwweg de amplitude van het VEP-signaal (pmc.ncbi.nlm.nih.gov). Hoewel het bewijs nog schaars is, suggereren deze studies dat zorgvuldig ontworpen training meetbare corticale verbeteringen kan bewerkstelligen.

Effectgroottes en Controverses

Het is belangrijk om verwachtingen te managen. Zelfs wanneer training statistisch significante effecten toont, is de omvang van de verbetering meestal bescheiden. Veranderingen van minder dan 1 dB in de visuele drempel (in decibels van contrast) zijn typisch (www.sciencedirect.com) (pmc.ncbi.nlm.nih.gov). Ter vergelijking: een winst van 1 dB in een Humphrey gezichtsveld is nauwelijks merkbaar, en de test-hertestvariabiliteit kan vergelijkbaar zijn. Ook rapporteren veel studies alleen kortetermijnwinsten direct na de training. Zeer weinig hebben langetermijnfollow-up, dus we weten niet hoe duurzaam deze effecten zijn. Patiënten moeten vaak de oefeningen onbeperkt voortzetten om enig voordeel te behouden.

De controverses richten zich op de vraag of gemeten verbeteringen werkelijk neuraal herstel weerspiegelen of andere factoren. Critici waarschuwen dat sommige winsten te wijten kunnen zijn aan betere fixatiestabiliteit of leereffecten op de tests. Zoals opgemerkt, toonden zorgvuldige studies aan dat hersengebaseerde training vaak geen gezichtsveldherstel oplevert wanneer de oogpositie strikt wordt gecontroleerd (pmc.ncbi.nlm.nih.gov). Kortom, hoewel perceptuele leertraining veelbelovend is, is het bewijs gemengd. Sommige hoogwaardige studies tonen kleine maar reële voordelen (pmc.ncbi.nlm.nih.gov), maar andere vinden geen reactie op neptraining (www.sciencedirect.com).

Corticale Compensatie versus Retinaal Herstel

Een belangrijk onderscheid is of training leidt tot corticale compensatie of tot daadwerkelijk herstel van de zenuwcellen van het oog. Werkelijk herstel zou impliceren dat beschadigde retinale ganglioncellen of oogzenuwvezels regenereren of opnieuw verbinding maken, wat biologisch onwaarschijnlijk is. De volwassen menselijke oogzenuw heeft vrijwel geen vermogen om verloren neuronen te regenereren. Daarom gaan de meeste experts ervan uit dat eventuele visuele verbeteringen door training te wijten zijn aan veranderingen op hersenniveau.

Optische coherentietomografie (OCT) kan bijvoorbeeld de dikte van retinale zenuwvezel- en ganglioncellaag meten. Bijna alle studies naar zichttraining tonen geen significante toename in deze diktes (en geen nieuwe axonen), wat benadrukt dat het zenuwletsel blijft bestaan. Interessant is dat één kleine studie een lichte verdikking rapporteerde in delen van de macula na virtual reality-training (pubmed.ncbi.nlm.nih.gov), maar dit is uitzonderlijk en zou te wijten kunnen zijn aan meetvariabiliteit of voorbijgaande weefselveranderingen. Over het algemeen is het veiliger om aan te nemen dat het visuele systeem beter gebruikmaakt van resterende signalen dan dat het weefsel werkelijk regenereert.

Corticale compensatie betekent daarentegen dat het brein zijn bestaande inputs opnieuw weegt en reorganiseert. Training kan gespaarde neurale circuits inschakelen of de gevoeligheid in hogere verwerkingsgebieden vergroten. Zoals één studie observeerde, waren gebieden van de visuele cortex die nog steeds zwak reageerden ondanks blindheid – de zogenaamde 'neurale reserve' – precies de plaatsen waar gezichtsveldverbeteringen optraden na training (pmc.ncbi.nlm.nih.gov). Met andere woorden, als het brein al enige uitgeschakelde maar herstelbare activiteit in een blinde vlek had, versterkte training voornamelijk die latente respons. Elke bescheiden vergroting van waargenomen gezichtsvelden is daarom vaak te wijten aan deze intracorticale aanpassingen, niet aan retinale genezing.

Hersenen Veranderingen Monitoren: fMRI- en VEP-Biomarkers

Omdat het cruciaal is om veranderingen op hersenniveau te onderscheiden van retinale veranderingen, gebruiken onderzoekers objectieve biomarkers. Twee belangrijke hulpmiddelen zijn functionele MRI (fMRI) en visueel geëvoceerde potentialen (VEP).

  • Functionele MRI: Deze niet-invasieve hersenscan meet veranderingen in de bloedstroom wanneer de visuele cortex actief is. Bij glaucoom en andere aandoeningen kan fMRI 'retinotopie' in kaart brengen, wat onthult welke delen van de cortex reageren op welk deel van het gezichtsveld. Studies hebben fMRI gebruikt om te bevestigen dat V1-signalen dalen in scotomen en om subtiele herstructurering te detecteren (pmc.ncbi.nlm.nih.gov) (pmc.ncbi.nlm.nih.gov). In een rehabilitatiecontext kan fMRI aantonen of training een grotere corticale activiteit stimuleert. Eén studie vond bijvoorbeeld dat patiënten die een zogenaamde 'neurale reserve' (corticale reacties zonder bewust zicht) hadden in hun blinde gezichtsveld de grootste winsten na training lieten zien (pmc.ncbi.nlm.nih.gov). Dit impliceert dat fMRI uiteindelijk zou kunnen voorspellen wie baat zal hebben bij therapie: gebieden die oplichten op fMRI, zelfs wanneer de patiënt zich niet bewust is van zien, zouden rijp kunnen zijn voor trainingsverbetering.

  • Visueel Geëvoceerde Potentialen (VEP): VEP's zijn hoofdhuid-EEG-registraties van de elektrische reactie van het brein op flitsen of patronen. Ze meten direct de sterkte en timing van de corticale respons. In de praktijk wordt een schaakbordpatroon of flits gepresenteerd, en elektroden vangen de karakteristieke P100-golf op, ongeveer 100 ms na de stimulus. Een grotere amplitude of kortere latentie betekent over het algemeen een sterkere corticale verwerking. Trainingstudies hebben aangetoond dat deze metingen kunnen verbeteren. Een recente pilot met VEP-gestuurde feedback rapporteerde bijvoorbeeld dat de P100-amplitude na training ruwweg verdrievoudigde, parallel aan verbeteringen in de gezichtsscherpte (pmc.ncbi.nlm.nih.gov). Dit soort veranderingen duidt sterk op corticaal leren. Omdat VEP's objectief en kwantitatief zijn, dienen ze als een nuttige biomarker: als een zichttraining de VEP-amplitude verhoogt, duidt dit op echte neurale plasticiteit in de visuele paden.

Door deze methoden te combineren met oogbeeldvorming (OCT) en standaard gezichtsveldtests, kunnen clinici corticale aanpassing scheiden van eventuele retinale afwijkingen. Als bijvoorbeeld na maanden training de OCT-lagen van een patiënt onveranderd zijn, maar hun VEP- en fMRI-reacties sterker zijn, duidt dit op plasticiteit op hersenniveau.

Conclusie

Samenvattend, corticale plasticiteit bestaat zelfs bij volwassenen met oogzenuwschade, maar de effecten ervan zijn beperkt. Hersenbeeldvorming toont aan dat glaucoompatiënten een grotendeels stabiele visuele kaart behouden, met slechts lokale verschuivingen van receptieve velden en amplitudeveranderingen (pmc.ncbi.nlm.nih.gov). Perceptuele training kan deze plasticiteit benutten: in sommige gevallen hebben zorgvuldig ontworpen oefeningen de visuele gevoeligheid en scherpte vergroot, waarschijnlijk door de corticale verwerking te verbeteren. Echter, de resultaten van klinische studies zijn gemengd. Veel studies tonen slechts kleine verbeteringen (vaak binnen de testruis), en een deel van het vroege enthousiasme is getemperd door strenge controles (pmc.ncbi.nlm.nih.gov) (www.sciencedirect.com).

Cruciaal is dat enige verbetering waargenomen door training niet verward mag worden met werkelijk herstel van de oogzenuw. Huidig bewijs suggereert dat zichtverbeteringen voortkomen uit het leren van het brein om resterende signalen te gebruiken, niet uit het teruggroeien van retinale cellen. Om dergelijke veranderingen te monitoren, gebruiken onderzoekers neuroimaging en elektrofysiologie (fMRI, VEP) naast oogonderzoeken. Deze biomarkers kunnen corticale reorganisatie documenteren die ten grondslag ligt aan functionele winsten.

Voor patiënten is de boodschap voorzichtig optimisme. Het brein kan zich tot op zekere hoogte aanpassen, en systematische visoefeningen kunnen kleine voordelen opleveren voor resterend zicht. Dit zijn echter verbeteringen van de bestaande input, geen genezing. Het begrijpen en benutten van corticale plasticiteit is een actief onderzoeksgebied. Toekomstige therapieën kunnen beeldvormingsgestuurde training of gesloten-lus biofeedback integreren om de natuurlijke aanpasbaarheid van het brein te maximaliseren, maar voor nu moet elke dergelijke benadering worden gezien als een aanvulling op standaard oogzorg, niet als een vervanging.

Vond je dit onderzoek interessant?

Abonneer je op onze nieuwsbrief voor de nieuwste inzichten over oogzorg en visuele gezondheid.

Klaar om je zicht te controleren?

Start je gratis gezichtsveldtest in minder dan 5 minuten.

Start test nu
Dit artikel is alleen voor informatieve doeleinden en vormt geen medisch advies. Raadpleeg altijd een gekwalificeerde zorgverlener voor diagnose en behandeling.
Corticale Plasticiteit en Perceptuele Leertraining: Kan het Brein Oogzenuwschade Compenseren? | Visual Field Test