Visual Field Test Logo

Pyrrolochinolinechinon (PQQ) en mitochondriale biogenese in RGC's

17 min leestijd
Audio artikel
Pyrrolochinolinechinon (PQQ) en mitochondriale biogenese in RGC's
0:000:00
Pyrrolochinolinechinon (PQQ) en mitochondriale biogenese in RGC's

Introductie

Pyrrolochinolinechinon (PQQ) is een kleine, op voedingsstoffen lijkende verbinding die de interesse heeft gewekt vanwege het vermogen om het celmetabolisme en de mitochondriale gezondheid te ondersteunen. In het oog zijn de meest kwetsbare cellen bij glaucoom de retinale ganglioncellen (RGC's). Deze cellen vormen de oogzenuw en verbruiken veel energie om visuele signalen naar de hersenen te sturen. Wanneer hun energieleverende mitochondria falen, sterven RGC's af en gaat het zicht verloren. Aangezien steeds meer bewijs een verband legt tussen een hoog RGC-metabolisme en het risico op glaucoom, onderzoeken wetenschappers manieren om de mitochondriale functie in het netvlies te stimuleren. PQQ is in deze context bestudeerd omdat het mitochondria kan stimuleren en als antioxidant kan werken. Hier bespreken we wat bekend is over de effecten van PQQ op mitochondriale biogenese (de aanmaak van nieuwe mitochondria) en redox-signalering (het beheer van oxidatieve stress door cellen) in neuronen, met een focus op netvliescellen. We vatten relevante laboratoriumstudies, veiligheidsgegevens uit ander hersengerelateerd onderzoek samen, en bespreken hoe PQQ mogelijkerwijs overlapt met bekende therapieën zoals Co-enzym Q10 en NAD+-boosters. Tot slot schetsen we het onderzoek dat nodig is voordat PQQ bij glaucoompatiënten kan worden getest.

PQQ: Een “Nieuw Vitamine” voor Celmetabolisme

PQQ werd voor het eerst ontdekt als een cofactor voor bepaalde bacteriële enzymen, maar bleek later belangrijk te zijn in dierlijke voeding. Omdat dieren PQQ niet zelf kunnen aanmaken, wordt het beschouwd als een “nieuw vitamine” – tekorten leiden in dierstudies tot groei- en vruchtbaarheidsproblemen (pmc.ncbi.nlm.nih.gov). PQQ is van nature aanwezig in veel voedingsmiddelen (peterselie, groene paprika, spinazie, kiwi, sojabonen) en kan als oraal supplement worden ingenomen (pmc.ncbi.nlm.nih.gov). In klinische veiligheidsstudies kregen gezonde vrijwilligers dagelijkse doses van 20-60 mg PQQ gedurende maximaal 4 weken zonder nadelige effecten (pmc.ncbi.nlm.nih.gov). Bij dieren zijn zeer hoge doses (grammen per kg lichaamsgewicht) nodig om schade te veroorzaken, ver boven het typische menselijke gebruik (pmc.ncbi.nlm.nih.gov). Zo is de mediane letale dosis van PQQ bij ratten 0,5-2,0 g/kg, en werd er bij lagere doses in langdurige studies geen chronische schade vastgesteld (pmc.ncbi.nlm.nih.gov). Over het algemeen suggereren deze gegevens dat PQQ goed wordt verdragen bij orale inname.

Op moleculair niveau kan PQQ deelnemen aan meerdere metabole processen (pmc.ncbi.nlm.nih.gov). Het dient als een redox cofactor (wat betekent dat het kan cyclen tussen geoxideerde en gereduceerde toestanden) en kan andere antioxidanten versterken. Sterker nog, een rapport vermeldt dat het elektrontransportvermogen van PQQ veel hoger is dan dat van vitamine C of polyfenolen – op basis van één molecuul kan PQQ tientallen keren efficiënter elektronen cyclen dan vitamine C of vergelijkbare antioxidanten (pmc.ncbi.nlm.nih.gov). Dit redoxvermogen stelt PQQ in staat om antioxidantafweer te 'opladen'. PQQ heeft ook aangetoond belangrijke metabolische factoren direct te beïnvloeden: het kan de niveaus van nicotinamide-adenine-dinucleotide (NAD⁺) verhogen, oxidatieve fosforylering (de belangrijkste energieleverende machinerie) stimuleren en mitochondriale dynamiek veranderen (pmc.ncbi.nlm.nih.gov). In gekweekte cellen staat PQQ bekend om enzymen zoals lactaatdehydrogenase te binden en NADH om te zetten in NAD⁺, waardoor de NAD⁺-pool van de cel toeneemt en de energieproductie wordt gestimuleerd (pubmed.ncbi.nlm.nih.gov). Kortom, PQQ is een multifunctionele verbinding die zowel oxidatieve stress kan opruimen als de energiefabrieken van cellen kan aanzetten.

PQQ en Mitochondriale Biogenese

Een van de meest intrigerende activiteiten van PQQ is het vermogen om mitochondriale biogenese te bevorderen – het proces waarbij cellen meer mitochondria aanmaken. Mitochondriale biogenese wordt gecontroleerd door een netwerk van genen, met name de zogenaamde hoofdregulator PGC-1α en gerelateerde factoren. In baanbrekende laboratoriumstudies is aangetoond dat PQQ de PGC-1α-route activeert. In bijvoorbeeld muizenlevercellen activeerde PQQ-expositie de transcriptiefactor CREB, wat op zijn beurt de PGC-1α-niveaus en zijn downstream-doelwitten (NRF-1, TFAM, etc.) stimuleerde. Dit leidde tot meer mitochondriaal DNA, hogere activiteit van mitochondriale enzymen en verhoogd zuurstofgebruik (pmc.ncbi.nlm.nih.gov). Met andere woorden, PQQ bracht cellen in een “energieproducerende” modus. Deze effecten werden bewezen door PGC-1α te blokkeren: wanneer wetenschappers PGC-1α of CREB stillegden, veroorzaakte PQQ geen mitochondriale groei meer (pmc.ncbi.nlm.nih.gov).

Vergelijkbare effecten zijn waargenomen in neurale cellen. In de hersenen van muizen met een Parkinson-model voorkwam PQQ verlies van dopamineneuronen door PGC-1α- en TFAM-niveaus te handhaven via activering van de AMPK-route (pmc.ncbi.nlm.nih.gov). Het farmacologisch blokkeren van AMPK nam het voordeel van PQQ weg, wat bevestigt dat het via deze energie-detecterende route werkte (pmc.ncbi.nlm.nih.gov). In wezen herstelde PQQ het energieregulerende programma (PGC-1α/AMPK) dat de toxine had uitgeschakeld. Hoewel deze studies op hersenweefsel (niet op oogweefsel) waren, tonen ze aan dat PQQ vergelijkbare biogenese-programma's in neuronen kan activeren.

Alles bij elkaar genomen suggereren deze preklinische bevindingen dat PQQ kan helpen bij het heropbouwen of handhaven van een gezonde pool van mitochondria. Of het dit specifiek in retinale neuronen kan doen, wordt nog bestudeerd. In een recente studie (Acta Neuropathologica Communications 2023) gaven onderzoekers PQQ aan muizen onder omstandigheden van RGC-stress en vonden een matige toename van mitochondriale markers samen met hogere ATP (energie) niveaus (pmc.ncbi.nlm.nih.gov). De ATP-toename was bijzonder robuust, hoewel het directe effect op het aanmaken van nieuwe mitochondria als “matig” werd beschreven (pmc.ncbi.nlm.nih.gov). Dit suggereert dat PQQ mitochondria kan aanmoedigen om beter te werken en mogelijk te delen, maar er is meer bewijs nodig voor een sterke claim met betrekking tot biogenese in retinale cellen.

Effecten van PQQ in retinale ganglioncellen

De RGC's van het oog hebben een zeer hoge energiebehoefte, dus elke behandeling die hun ATP-toevoer verhoogt, zou hen kunnen helpen glaucoom-achtige stress te overleven. Recent laboratoriumwerk is begonnen met het testen van PQQ in retinale modellen. Bij muizen is een benadering om een mitochondriale toxine (rotenon) in het oog te injecteren om RGC's snel te doden via Complex I-inhibitie. Een studie uit 2023 deed precies dat en vergeleek muizen behandeld met PQQ versus controlemuizen. Opmerkelijk genoeg voorkwam PQQ significant RGC-verlies in dit toxische model (pmc.ncbi.nlm.nih.gov). In onbehandelde ogen degenereerden retinale neuronen binnen 24 uur, maar PQQ-behandelde ogen behielden veel meer intacte RGC-kernen (cellichamen) (pmc.ncbi.nlm.nih.gov). Er trad nog steeds enige subtiele schade op, maar over het algemeen bood PQQ een sterke bescherming.

In dezelfde studie keken de auteurs naar RGC's in kweek en in het intacte netvlies na PQQ-behandeling. Zij vonden dat PQQ de ATP-niveaus verhoogde in deze weefsels, zowel in vitro als in levende muizen (pmc.ncbi.nlm.nih.gov) (pmc.ncbi.nlm.nih.gov). De ATP-stijging hield dagen aan. Dit suggereert dat PQQ fungeert als een “batterijbooster” voor retinale neuronen. Interessant is dat het effect van PQQ op het verhogen van ATP werd waargenomen in de gehele RGC-route (netvlies, oogzenuw, doelgebieden in de hersenen) (pmc.ncbi.nlm.nih.gov). Sterker nog, een enkele dosis PQQ leidde tot hogere ATP-niveaus in het netvlies, de oogzenuw en zelfs hogere visuele hersengebieden gedurende ongeveer drie dagen (pmc.ncbi.nlm.nih.gov). Dit langdurige effect impliceert dat PQQ de cellen van meer brandstof kan voorzien, zelfs nadat het supplement is uitgewerkt.

Naast het verhogen van de energie, veranderde PQQ ook metabolische markers in normale (onbeschadigde) retinale weefsels, wat aangeeft dat het het cellulaire metabolisme verschuift, zelfs zonder letsel (pmc.ncbi.nlm.nih.gov). De studie merkte echter slechts een milde directe toename op in het aantal of de inhoud van mitochondria in het netvlies. Met andere woorden, de onmiddellijke werking van PQQ leek meer gericht op het verbeteren van de werkzaamheid van elk mitochondrion, in plaats van het verdubbelen van hun aantal. Toch toont PQQ, door RGC's te helpen ATP te handhaven onder stress, theoretische belofte als neuroprotectivum bij glaucoom. Deze preklinische gegevens ondersteunen verder onderzoek, maar humane gegevens bij oogziekten zijn nog niet beschikbaar.

PQQ in andere neurologische contexten en veiligheid

Behalve in het oog is PQQ in verschillende settingen van het zenuwstelsel bestudeerd vanwege neuroprotectieve effecten. In cel- en diermodellen van Alzheimer of Parkinson vermindert PQQ bijvoorbeeld vaak oxidatieve schade en ondersteunt het de overleving van neuronen (pmc.ncbi.nlm.nih.gov) (pmc.ncbi.nlm.nih.gov). In auditieve cellen beschermde PQQ binnenoorneuronen tegen verouderingsgerelateerde schade door SIRT1- en PGC-1α-routes te reactiveren (pmc.ncbi.nlm.nih.gov). In gekweekte corticale neuronen voorkwam PQQ sterfte door toxines door de NAD⁺-niveaus en de mitochondriale functie te handhaven. Deze preklinische studies suggereren consistent dat PQQ gestreste neuronen helpt door het energiemetabolisme te versterken en stressroutes te verminderen (pmc.ncbi.nlm.nih.gov) (pmc.ncbi.nlm.nih.gov).

Hoe zit het met studies bij mensen? Er zijn weinig klinische studies naar PQQ, maar de uitgevoerde studies tonen geen grote veiligheidsproblemen. In een kleine placebogecontroleerde studie namen gezonde volwassenen dagelijks 20 of 60 mg PQQ gedurende 4 weken. Geen van beide doses veroorzaakte significante veranderingen in bloedonderzoek of markers voor nierschade (pmc.ncbi.nlm.nih.gov). In crossover-studies met 10 vrijwilligers gaven eenmalige of een week durende doses (~0,2-0,3 mg/kg per dag, ruwweg 14-21 mg voor een persoon van 70 kg) meetbare antioxiderende en ontstekingsremmende effecten (lagere circulerende TBARS, CRP, IL-6) zonder bijwerkingen (pmc.ncbi.nlm.nih.gov) (pmc.ncbi.nlm.nih.gov). Kortom, tot ongeveer 60 mg/dag lijkt veilig voor kortdurend menselijk gebruik. Langetermijngegevens bij mensen zijn beperkt, maar dierstudies tot 13 weken met zelfs hogere equivalente doses toonden geen blijvende schade (pmc.ncbi.nlm.nih.gov). (Eén dierstudie vond wel dat zeer hoge PQQ-doses de nieren licht vergrootten na 2-4 weken, maar dit effect was omkeerbaar na het stoppen van het supplement (pmc.ncbi.nlm.nih.gov).)

Samenvattend lijkt PQQ goed te worden verdragen bij typische supplementdoses. Belangrijk is dat deze veiligheidsgegevens afkomstig zijn van algemene studies bij mensen, niet van oogspecifieke trials. Voordat glaucoompatiënten met PQQ worden behandeld, zullen onderzoekers willen bevestigen dat PQQ het oog niet irriteert of het zicht niet verstoort wanneer het systemisch of lokaal wordt toegediend. Tot nu toe zijn er geen oculaire bijwerkingen bekend, maar toegewijde oculaire veiligheidstests zouden een translationele mijlpaal zijn (zie hieronder).

Dosering en biologische beschikbaarheid

Als PQQ zou worden gebruikt voor de ooggezondheid, moet de doseringsstrategie worden overwogen. De meeste studies bij mensen hebben enkele doses van enkele tientallen milligrammen gebruikt. In de crossover-trials namen deelnemers één dosis van ~0,2 mg/kg (ongeveer 14 mg voor 70 kg) of dagelijks ~0,3 mg/kg (ongeveer 21 mg) gedurende meerdere dagen, wat leidde tot piekbloedniveaus ongeveer 1-3 uur na de dosis en binnen een dag werd geklaard (pmc.ncbi.nlm.nih.gov). Dierstudies naar hersen-/zenuweffecten gaven PQQ in het bereik van 1-20 mg/kg (meestal via injectie). In een muizenmodel van Parkinson verbeterde PQQ bijvoorbeeld bij 0,8-20 mg/kg intraperitoneaal gedurende 3 weken het gedrag en de mitochondriale markers (pubmed.ncbi.nlm.nih.gov). Het vertalen hiervan naar orale doses voor mensen is niet eenvoudig, maar het suggereert dat het menselijke equivalent nog steeds in de orde van tientallen milligrammen per dag zou kunnen liggen.

De biologische beschikbaarheid is echter een uitdaging. Studies tonen aan dat PQQ redelijk goed wordt opgenomen door de darm (ongeveer 60% geabsorbeerd), maar snel wordt uitgescheiden door de nieren (pmc.ncbi.nlm.nih.gov). In een muizen tracerstudie verliet het meeste PQQ het lichaam via de urine binnen 24 uur (pmc.ncbi.nlm.nih.gov). Opmerkelijk is dat PQQ niet veel accumuleerde in de hersenen of bijnieren – na 6 uur was het bijna verdwenen uit die weefsels (pmc.ncbi.nlm.nih.gov). De enige weefsels die na 24 uur nog een aanzienlijke hoeveelheid PQQ bevatten, waren de huid en de nieren (pmc.ncbi.nlm.nih.gov). Dit roept de vraag op of oraal PQQ überhaupt retinale neuronen kan bereiken. Het netvlies wordt gedeeltelijk beschermd door een bloed-retinale barrière die vergelijkbaar is met de bloed-hersenbarrière van de hersenen. Het is mogelijk dat slechts een klein deel van het ingenomen PQQ het oog binnendringt. Directe toedieningsmethoden (oogdruppels of injecties) zijn tot op heden niet gerapporteerd.

In de praktijk zou het meeste experimentele en supplementaire gebruik oraal PQQ zijn. Eén humane studie in de glaucoomsupplementrecensie gebruikte 0,3 mg/kg dagelijks en observeerde veranderingen in urinemetabolieten die duiden op actievere mitochondria (pmc.ncbi.nlm.nih.gov). Maar ze hebben de PQQ-niveaus in het oog niet gemeten. Onderzoekers die zich richten op glaucoom zullen dit moeten aanpakken: het bepalen van de PQQ-concentratie in het netvlies na dosering, of het ontwikkelen van formuleringen (zoals liposomen of prodrugs) die door de oculaire weefsels dringen.

Samenvattend is een effectieve PQQ-dosis voor retinale bescherming nog onbekend. Huidig bewijs suggereert dat orale doses in de orde van 10-20 mg per dag waarschijnlijk veilig zijn, maar of dat niveau voldoende is om het netvlies te beïnvloeden, moet nog worden aangetoond. Hogere doses zijn door mensen verdragen (bijv. 100 mg/dag) zonder toxiciteit (pmc.ncbi.nlm.nih.gov), maar opnieuw is hun effect op het oog onduidelijk. Meer farmacokinetisch onderzoek is nodig om te achterhalen hoeveel PQQ daadwerkelijk het netvlies bereikt.

Overlap met CoQ10 en NAD⁺-verbeterende strategieën

Verschillende andere supplementen worden bestudeerd voor de gezondheid van RGC's, met name Co-enzym Q10 (CoQ10) en NAD⁺-boosters (zoals nicotinamide/vitamine B3 of zijn voorlopers). Het is belangrijk om te overwegen hoe PQQ deze strategieën zou kunnen aanvullen of dupliceren.

CoQ10 is een natuurlijke component van mitochondria die elektronen transporteert in de energieketen en fungeert als een antioxidant. Het is getest voor glaucoom en andere optische neuropathieën, vaak met gunstige effecten op RGC-overleving en -functie. Zowel PQQ als CoQ10 ondersteunen mitochondria, maar hun mechanismen verschillen: CoQ10 is een structureel onderdeel van de elektronentransportketen, terwijl PQQ een oplosbare redox-cofactor en signaalmolecuul is. In één celstudie reguleerden zowel PQQ als CoQ10 onafhankelijk PGC-1α (de hoofdregulator van mitochondriale biogenese) opwaarts in levercellen (www.researchgate.net). Verhoogd PGC-1α werd geassocieerd met meer mitochondriale activiteit en minder oxidatieve stress (www.researchgate.net). Interessant genoeg was er geen verdere synergie bij het samenvoegen van PQQ en CoQ10 – in feite was het gecombineerde effect kleiner dan dat van elk afzonderlijk (www.researchgate.net). Dit suggereert enige overlapping: ze kunnen convergeren op dezelfde route, dus het gebruik van beide levert mogelijk geen dubbel voordeel op. In praktische termen hoeven patiënten of artsen die supplementen overwegen, mogelijk niet zowel hooggedoseerd PQQ als hooggedoseerd CoQ10 samen te nemen. Ze lijken echter in een breed vergelijkbare richting te werken – het stimuleren van mitochondria – dus ze werken in ieder geval niet tegen elkaar.

NAD⁺-verbeterende strategieën hebben recentelijk aandacht gekregen bij glaucoom. NAD⁺ is een cruciale molecule voor het celmetabolisme, en de niveaus ervan dalen met de leeftijd. In RGC's is verlies van NAD⁺ gekoppeld aan degeneratie. Studies hebben aangetoond dat het toedienen van NAD⁺-precursors zoals nicotinamide (vitamine B3) RGC's kan beschermen in diermodellen van glaucoom door de NAD⁺-niveaus te behouden (pmc.ncbi.nlm.nih.gov) (pmc.ncbi.nlm.nih.gov). Bij mensen loopt een grote klinische proef om hooggedoseerd nicotinamide bij glaucoompatiënten te testen. In tegenstelling tot CoQ10, dat een mitochondriale cofactor is, werken NAD⁺-boosters door de NAD⁺-pool aan te vullen die in het metabolisme wordt verbruikt.

Hoe past PQQ hierin? PQQ heeft aangetoond onverwachts NAD⁺ te verhogen in cellen via een enzymatische reactie: één experiment vond dat PQQ zich bindt aan het lactaatenzym (LDH) en de reactie stuurt die NADH terug omzet in NAD⁺ (pubmed.ncbi.nlm.nih.gov). PQQ kan zo de NAD⁺-beschikbaarheid vergroten door NADH te “oxideren”. Dit is anders dan het leveren van een precursor zoals nicotinamide, maar het eindresultaat – meer NAD⁺ – kan overlappen. In één studie met gezonde vrijwilligers leidde PQQ-suppletie gedurende enkele dagen tot urinemetabolieten die consistent waren met verhoogde mitochondriale oxidatie, wat indirect verband houdt met NAD⁺-gebruik (pmc.ncbi.nlm.nih.gov). Klinisch gezien bevatte een combinatiesupplement dat in een glaucoomonderzoek werd gebruikt zowel vitamine B3 als PQQ (samen met citicoline en homotaurine). Die combinatie verbeterde de retinale functie en door patiënten gerapporteerde uitkomsten meer dan dezelfde formule zonder PQQ (pmc.ncbi.nlm.nih.gov). Het is onduidelijk of PQQ overbodig of synergetisch was in die mix, maar het was in ieder geval veilig en mogelijk additief wanneer het werd gecombineerd met een NAD⁺-routeondersteuning.

Kortom, PQQ en zijn “bio-energetische” effecten bevinden zich in hetzelfde gebied als CoQ10 en NAD+-boosters. Ze zijn allemaal gericht op het ondersteunen van het mitochondriale metabolisme. Sommige studies wijzen op overlappende mechanismen (bijv. ze verhogen allemaal PGC-1α of NAD⁺), dus het combineren ervan kan plafond-effecten hebben. Echter, totdat ze samen zijn getest, kunnen we alleen zeggen dat ze complementair zijn. Artsen en patiënten zouden kunnen overwegen of ze PQQ als alternatief of aanvulling op gevestigde supplementen zoals vitamine B3 of CoQ10 willen gebruiken.

Translationele stappen richting glaucoomtrials

Om van theorie naar praktijk te gaan bij het gebruik van PQQ voor glaucoom, moeten verschillende mijlpalen worden bereikt:

  • Werkzaamheid aantonen in glaucoommodellen. De eerste stap is om aan te tonen dat PQQ helpt bij experimenteel glaucoom, niet alleen in toxinemodellen. De bovengenoemde studies gebruikten acute stress (rotenon of oxidatieve aanvallen). Vervolgens zou men PQQ testen bij muizen of ratten met chronisch verhoogde oogdruk (het meest voorkomende glaucoommodel). Belangrijke uitkomsten zouden RGC-tellingen, retinale functie (bijv. elektroretinogram of contrastgevoeligheid) en de gezondheid van de oogzenuw zijn. Dosis-bereikstudies zijn nodig: welke orale (of injectie) dosis PQQ kan RGC's behouden wanneer de IOP hoog is?

  • Retinale opname meten. Voordat menselijke trials beginnen, is het van cruciaal belang om te weten of systemisch toegediend PQQ daadwerkelijk het netvlies en de oogzenuw bereikt. Experimenten moeten PQQ-niveaus in oogweefsels meten na orale of geïnjecteerde dosering. Als de systemische toediening slecht is, kunnen alternatieve methoden worden onderzocht (bijv. oogdruppels met een PQQ-derivaat, hoewel dit nog niet is gedaan). Onderzoekers moeten ook verifiëren dat PQQ het oog niet schaadt. Hoewel dierlijke toxiciteitsstudies algemene veiligheid aantonen, is een toegewijde oculaire veiligheidsbeoordeling (geen ontsteking, intacte retinale structuur, enz.) verstandig.

  • Biomarkers van effect identificeren. Idealiter zou een kortetermijnexperiment het effect van PQQ op het oogmetabolisme kunnen aantonen. Dit kan beeldvormingstechnieken omvatten (bijv. het meten van retinale mitochondriale activiteit of zuurstofverbruik) of moleculaire markers (niveaus van NAD⁺, ATP of antioxidantenzymen in het netvlies). Het hebben van een biomarker helpt bij het ontwerpen van vroege trials en beslissen of het medicijn iets doet bij mensen. Als het toedienen van PQQ bijvoorbeeld een bekende retinale metabolische marker bij dieren verhoogt, zou men die marker kunnen testen in een kleine studie met menselijke vrijwilligers.

  • Dosisoptimalisatie en farmacokinetiek. Meer onderzoek naar hoe PQQ wordt geabsorbeerd, gemetaboliseerd en uitgescheiden bij mensen zal de dosering sturen. Studies moeten verduidelijken hoe bloedspiegels van PQQ correleren met weefseleffecten. Omdat standaard PQQ een korte halfwaardetijd heeft, kan onderzoek naar formuleringen met vertraagde afgifte of doseringsschema's helpen om effectieve retinale niveaus te handhaven. Het zou ook nuttig zijn om te weten of voedselinname of andere medicijnen de opname van PQQ beïnvloeden.

  • Pathway-bevestiging. Hoewel we algemene ideeën hebben (PGC-1α, AMPK, NAD⁺) over hoe PQQ werkt, zou het de zaak versterken om deze in retinaal weefsel te bevestigen. Laten we bijvoorbeeld, na het toedienen van PQQ bij dieren, hogere PGC-1α of geactiveerd AMPK zien in retinale RGC's? Stijgt het NAD⁺-gehalte in het netvlies? Het bevestigen van deze mechanismen in het doelweefsel biedt translationeel vertrouwen dat PQQ de beoogde pathways raakt.

  • Ontwerp van klinische studies. Als preklinische gegevens veelbelovend zijn, kan een kleine fase I-trial bij glaucoompatiënten beginnen. Aanvankelijk zou dit gericht zijn op de veiligheid en verdraagbaarheid van PQQ-capsules in een gekozen dosis (bijvoorbeeld 20-40 mg/dag) bij patiënten die al standaard glaucoommedicatie gebruiken. Metingen zouden retinale elektrofysiologie (patroon ERG, vergelijkbaar met de bovengenoemde trials) en vragenlijsten over het gezichtsvermogen kunnen omvatten om te zoeken naar enig kortetermijnsignaal van voordeel. Belangrijk is dat dit eventuele interacties tussen PQQ en oogdrukverlagende medicijnen zou beoordelen, en de oculaire gezondheid zou monitoren. Pas na het vaststellen van de veiligheid en een idee van de optimale dosering, zouden grotere, gecontroleerde trials met gezichtsvermogen of RGC-uitkomsten gerechtvaardigd zijn.

Samenvattend: voordat PQQ kan worden getest als een neuroprotectief middel tegen glaucoom, hebben we meer dierlijke werkzaamheidsgegevens nodig, bewijs dat het de retina bereikt en de doelroutes activeert, en een duidelijk doseringsplan. Samenwerking tussen oogheelkundige onderzoekers en farmacologen zal essentieel zijn om deze stappen voorwaarts te brengen.

Conclusie

Pyrrolochinolinechinon (PQQ) is een redox-actieve verbinding met verschillende eigenschappen die het interessant maken voor de gezondheid van het netvlies. In cellen kan PQQ de energieproductie stimuleren, de aanmaak van nieuwe mitochondria bevorderen en oxidatieve stress opruimen (pmc.ncbi.nlm.nih.gov) (pmc.ncbi.nlm.nih.gov). Preklinische studies tonen nu aan dat PQQ ATP-niveaus kan verhogen en retinale ganglioncellen kan beschermen tegen experimenteel letsel (pmc.ncbi.nlm.nih.gov) (pmc.ncbi.nlm.nih.gov). PQQ lijkt veilig bij mensen in gangbare supplementdoses en kan andere strategieën zoals CoQ10 of vitamine B3 aanvullen via vergelijkbare mechanismen (pmc.ncbi.nlm.nih.gov) (www.researchgate.net).

Echter, het meeste bewijs komt tot nu toe uit laboratoriummodellen, niet van glaucoompatiënten. Belangrijke vragen blijven: kan voldoende PQQ het oog bereiken om effectief te zijn, en welke dosis is nodig? Wat doet PQQ precies in menselijk retinale weefsel? Het beantwoorden van deze vragen met gerichte studies zal essentieel zijn. Als toekomstig onderzoek bevestigt dat PQQ RGC's veilig beschermt of verjongt, zou het deel kunnen uitmaken van een veelzijdige benadering van neuroprotectie bij glaucoom. Tot die tijd blijft PQQ een veelbelovende, maar onbewezen strategie in de context van oogziekten.

Vond je dit onderzoek interessant?

Abonneer je op onze nieuwsbrief voor de nieuwste inzichten over oogzorg en visuele gezondheid.

Klaar om je zicht te controleren?

Start je gratis gezichtsveldtest in minder dan 5 minuten.

Start test nu
Dit artikel is alleen voor informatieve doeleinden en vormt geen medisch advies. Raadpleeg altijd een gekwalificeerde zorgverlener voor diagnose en behandeling.
Pyrrolochinolinechinon (PQQ) en mitochondriale biogenese in RGC's | Visual Field Test